Wie het Heuvelland doorkruist zal het direct opvallen: de vakwerkhuizen. Veel huizen en boerderijen zijn opgetrokken volgens deze zeer oude bouwwijze. De witte gevels met de donkere balken zijn niet te missen fotogenieke objecten. Zij dateren vaak uit de 17e en 18e eeuw, maar sommige huizen zijn nog ouder: een boerderij in Epen schijnt zelfs uit de 15e eeuw te stammen. In Maastricht is een gevel bekend uit 1406.

De techniek van het huizenbouwen met takken en leem is echter veel ouder, ook in Zuid-Limburg. In de Maasvallei rond het huidige Meerssen, Beek, Stein en Sittard bouwden boeren in de Steentijd rond 5000 v. Chr. hun eerste nederzettingen. Hiervan zijn veel restanten teruggevonden waardoor we de bouwtechniek hebben kunnen achterhalen. Vanwege de typische kenmerken van hun aardewerk werden zij de Bandkeramiekers genoemd. De wijdverbreide techniek van bouwen met hout en leem is daarna nooit meer helemaal verdwenen, ook uit de Romeinse tijd zijn voorbeelden bekend.

In de Napoleontische tijd kwam er verandering in de traditionele bouwtechniek: de bossen die tot dan toe in gemeenschappelijk bezit waren, werden eigendom van de nieuw ingestelde gemeentes. Daarmee werd het hout minder eenvoudig en zeker ook minder goedkoop te verwerven. Tegelijkertijd kwam ook het gebruik van (bak)steen steeds meer in zwang. Het oude vakwerk kwam steeds meer in verval, de interesse in behoud en restauratie ontstond pas veel later in de 20e eeuw.

Vakwerkbouw was een goedkope manier van bouwen met natuurlijke middelen (hout, leem, twijgen en stro) die overal voorhanden waren. Echter, de gedachte dat ook de arme boer daarmee gemakkelijk zijn eigen huis kon bouwen moeten we wellicht naar het rijk der fabelen verwijzen. Het uitdenken en in elkaar zetten van het houten skelet vergt wel degelijk een aanzienlijke vakkennis. Eerst werd een groot houten raamwerk gemaakt (meestal op een stenen fundament en ondermuur) als basis voor de gevels en het dak. Dit raamwerk werd gevuld met gevlochten twijgen en vervolgens zowel aan de buiten- als aan de binnenkant bepleisterd met leem en stro. Een deel van het raamwerk diende tegelijkertijd als kozijn voor de benodigde deuren en vensters. Waarna de gevels meestal witgekalkt werden (inclusief de houten balken zoals bij sommige huizen nog zichtbaar is). De natuurlijke bouwmaterialen hebben een goede isolerende en vochtregulerende werking. De houten demontabele constructie met pen-gat verbindingen maakte het zelfs mogelijk om een huis geheel uit elkaar te halen waarna het balkengeraamte verhuisd kon worden en elders opnieuw opgebouwd als daar noodzaak voor was.

Bij de meeste vakwerkhuizen die later gerestaureerd werden en geschikt gemaakt voor moderne bewoning, is de vakvulling van twijgen en leem vervangen door baksteen. Hetgeen echter geen verbetering was, integendeel: de leem had altijd dusdanig vochtregulerend gewerkt dat de balken geen last hadden van vochtinwerking. De baksteen bezat dat regulerende vermogen veel minder, met als gevolg dat de houten geraamtes veel sneller last kregen van houtrot.

De balken die in vroeger tijden samen met de vakvulling vaak witgekalkt werden, worden tegenwoordig vrijwel altijd donker gelaten vanwege het mooie contrast. De laatste decennia komt er weer meer interesse in zo authentiek mogelijke restauratie en zijn er weer gespecialiseerde leembouw-bedrijven actief.

De vakwerkbouw in het Heuvelland sinds de Middeleeuwen kan ook gezien worden als een uitloper van de vakwerkbouw in Duitsland (wie kent niet Monschau op de Duits-Belgische grens?), hoewel de Duitse stijl toch weer andere, aan gothiek en renaissance doen denkende kenmerken heeft. Met vaak rijke versieringen in de vorm van houtsnijwerk en een groots monumentaal aanzicht. In het Heuvelland stond vooral het praktische en goedkope bouwen op de voorgrond en gaat het meestal om veel kleinere huizen en boerderijen met een sobere uitstraling.

Veel vakwerkpanden staan nu op de monumentenlijst. Op diverse plaatsen zijn prachtige groepen van meerdere dicht opeen gebouwde vakwerkhuizen te vinden, zoals b.v. 't Höfke, iets ten zuiden van Mechelen langs de weg naar Epen.

 

Oude vakwerkhuizen met witgekalkte gevels en balken

Een tafereel uit de oude doos. Op deze foto uit het buurtschap Stokhem bij Wijlre is te zien hoe de vakwerkgevels geheel wit gekalkt werden, inclusief de balken. Deze huizen hebben overigens de tand des tijds niet overleefd.

Een groepje vakwerkhuizen in Schweiberg bij Mechelen

Pen-gat verbindingen maken de vakwerk-constructie demontabel.

Vulling van de vakken met vlechtwerk en leem

Lees ook DIT INFORMATIEBLAD van archiefinstituut Rijckheyt, centrum voor regionale geschiedenis.